Grafieken configureren
Klik op Grafieken configureren
om de gegevens te selecteren en te herschikken en stel de Minimumwaarde en Maximumwaarde in voor elke parameter die voor die patiënt en de therapiemodus van de patiënt wordt vermeld. De weergaveopties zijn flexibel, zodat u opties kunt verwijderen om u te richten op de belangrijkste parameters voor elke patiënt. Klik op Verbergen
om deze weergave te sluiten.
Statistieken en apparaatinstellingen bekijken
Klik op het tabblad Overzichtsgrafieken of Gedetailleerde grafieken op Statistieken en instellingen weergeven
om therapiewaarden en apparaatinstellingen te bekijken.
Opmerking
De weergegeven informatie op de tabbladen Statistieken en Instellingen hangt af van het therapieapparaat en de therapiemodus.
Het tabblad Statistieken geeft de therapiewaarden weer voor het PAP-apparaat dat is gekoppeld aan de patiënt, waaronder:
Gebruik
Duur
Respiratoire indexen
AHI (apneu-hypopneu-index)
Hypopneu-index
OAI (obstructieve apneu-index)
RERA-index (aan ademhalingsinspanning gerelateerd wakker worden)
Apneu-index
CAI (centrale apneu-index)
UAI (onbekende apneu-index)
Lekkage
Mediaan
95ste percentiel
Maximum
Druk
Mediaan
95ste percentiel
Maximum
De informatie op het tabblad Instellingen
hangt af van het PAP-apparaat dat de patiënt gebruikt, maar bevat variaties van de onderstaande instellingen:
Therapiemodus
Maximale druk
Minimale druk
Aanloop inschakelen
Aanlooptijd
EPR™ patiënt inschakelen
EPR inschakelen
EPR
EPR-niveau
Patiëntweergave
Reactie
Opmerking
Als u meerdere dagen selecteert, en deze selectie van dagen een verandering in therapie omvat, dan geeft de weergave Instellingen dit bericht weer: Kan de instellingen niet weergeven wanneer de geselecteerde sessies verschillende therapiemodi of apparaten omvatten.
Gedetailleerde gegevens weergeven
Op dit scherm kunt u gemakkelijk uw aandacht richten op de gewenste gedetailleerde gegevens. U kunt in- en uitzoomen, afhankelijk van de geselecteerde tijdsperiode. De twee helderblauwe verticale lijnen in het navigatievenster volgen de periode die in het gedetailleerde venster wordt weergegeven, terwijl de verticale rode lijn in het gedetailleerde venster als referentiepunt dient.
Navigatie
Met de schuifbalk onderaan elk venster kunt u horizontaal door de gegevens navigeren. U kunt de specifieke periode die u in het gedetailleerde venster wilt weergeven selecteren of wijzigen door in het navigatievenster te klikken op het punt waarop u wilt inzoomen.
Kalender
Wanneer u op het datummenu klikt, klapt het uit en wordt de hele maand weergegeven. Dagen met gedetailleerde gegevens worden aangeduid met een blauwe stip.