Ti Min en Ti Max
In de modi S, ST en VAuto wordt de ondergrens voor de tijd ingesteld met de instelling Ti Min. De bovengrens voor de tijd wordt ingesteld met de instelling Ti Max.
Om zorgverleners te helpen, vermeldt de volgende tabel de waarden voor Ti Max en Ti Min die het best overeenstemmen met de ademhalingsfrequentie en de inademings- en uitademingsverhouding van de patiënt, afhankelijk van de ademhalingsomstandigheden.
Voorbeelden:
I:E = 1:1 – Ti Min voorkomt voortijdig overschakelen naar EPAP voor patiënten met een extreem zwakke inademingsinspanning.
I:E = 1:3 – Ti Max beperkt de inademingstijd voor patiënten die een langere uitademingstijd nodig hebben.
Ademhaling patiënt (BPM)
TTot=60/
BPM (sec)
Inademingstijd (sec)
I:E = 1:2 (Referentie)
Voldoende inademingstijd
I:E = 1:1
Veilige uitademingstijd
1:E =1:3
Ti Min
Ti Max
Ti Max
10
6
2
1.0
2.0
1.5
15
4
1.3
1.0
2.0
1.3
20
3
1.0
0.8
1.5
1.0
25
2.4
0.8
0.7
1.2
0.8
30
2
0.7
0.6
1.0
0.7
35
1.7
0.6
0.5
0.8
0.7
40
1.5
0.5
0.5
0.7
0.7